navelstreng

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·vel·streng
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord navelstreng navelstrengen
verkleinwoord navelstrengetje navelstrengetjes

Zelfstandig naamwoord

navelstreng v/m

  1. (anatomie) snoer dat de vrucht aan de moederkoek verbindt
  2. (anatomie) steel waarmee de zaadknop aan de zaaddrager bevestigd is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie