mug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: MUG

Nederlands

Een dansmug
Uitspraak
Woordafbreking
  • mug
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • (erfwoord): Middelnederlands mugge, uit continentaal West-Germaans *mugī, genitief *mugjōz, zoals Nederduits Mügg en Duits Mücke, door velarisering en nivellering uit de Oergermaanse grondvorm *muwī, genitief *mujjōz, die terug op Proto-Indo-Europees *muH-íh₂, gen. muH-iéh₂-s gaat. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord mug muggen
verkleinwoord mugje
muggetje
mugjes
muggetjes

Zelfstandig naamwoord

mug v/m

  1. (insecten) klein, vliegend tweevleugelig insect van de onderorde Nematocera op Wikispecies dat in grote paringszwermen erg lastig is, en heeft een dun en fragiel lichaam, dunne pootjes, gesegmenteerde antennes waarmee goed geur waargenomen kan worden en een kleine kop met zuigsnuit
     Het was weer eens een lange, hete dag en ik stopte pas toen ik in een diepe kloof bij een kleine poel met stilstaand groen water aankwam waar het stikte van de muggen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
mug mugs

Zelfstandig naamwoord

mug

  1. (gereedschap), (huishouden) mok [1], drinkbeker, kroes
  2. (informeel) kop
  3. (informeel) sufferd, sukkel, sul
  4. (informeel) nozem
  5. (informeel) politiefoto
vervoeging
onbepaalde wijs to  mug 
he/she/it  mugs 
verleden tijd  mugged 
voltooid
deelwoord
 mugged 
onvoltooid
deelwoord
 mugging 
gebiedende wijs  mug 

Werkwoord

mug

  1. gezichten trekken
  2. overgankelijk aanvallen en beroven