mosquito

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een mosquito in de VS.
Uitspraak
Woordafbreking
  • mos·qui·to
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mosquito mosquito's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mosquito m

  1. apparaat dat een irritante zoemtoon produceert die voor oudere mensen niet of nauwelijks hoorbaar is, gebruikt als middel om het samenkomen van jongeren op bepaalde plekken op straat tegen te gaan
     Rotterdam houdt vast aan de mosquito, een apparaat dat een voor jongeren irritante pieptoon produceert.[2]
     In Rotterdam hangen vijftig mosquito’s om hangjongeren te verdrijven.[3]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2021 Weblink bron Esther Gotink Groot succes voor uitvinding die hangjongeren verdrijft in: Provinciale Zeeuwse Courant op Wikipedia, jrg. 248 nr. 297 (16 december 2006), p. 4 kol. 3-6
  2. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2021 Weblink bron “Rotterdam wil mosquito houden” (9 oktober 2009) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2021 Weblink bron Arjen Schreuder “Hangjongeren wennen aan de pijn” (24 april 2009) op nrc.nl


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
mosquito mosquitos, mosquitoes

Zelfstandig naamwoord

mosquito

  1. (dierkunde) mug


Spaans

Uitspraak
  • IPA: /mos'kito/
enkelvoud meervoud
mosquito mosquitos

Zelfstandig naamwoord

mosquito m

  1. (dierkunde) mug