monogram

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het monogram van de VOC

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·gram
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘figuur van dooreengevlochten (begin)letters’ voor het eerst aangetroffen in 1669 [1]
  • met het voorvoegsel mono- met het achtervoegsel -gram [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord monogram monogrammen
verkleinwoord monogrammetje monogrammetjes

Zelfstandig naamwoord

monogram o

  1. een figuur waarin de initialen van een naam op kunstzinnige wijze zijn verweven
    • Haar zelfontworpen monogram gebruikt zij ook als ex-libris. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen