monotheïsme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·the·is·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord monotheïsme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

monotheïsme o [2]

  1. (religie) geloof aan één god in plaats van vele goden
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal