miss

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: mis


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • miss
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘juffrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord miss missen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

miss v [3]

  1. juffrouw
  2. schoonheidskoningin
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse missan.
enkelvoud meervoud
miss misses

Zelfstandig naamwoord

miss

  1. gemis
vervoeging
onbepaalde wijs to  miss 
he/she/it  misses 
verleden tijd  missed 
voltooid
deelwoord
 missed 
onvoltooid
deelwoord
 missing 
gebiedende wijs  miss 

Werkwoord

miss

  1. missen
    «He is loved and missed by his devoted wife, his children, grandchildren and great grandchildren.»
    Hij wordt geliefd en gemist door zijn toegewijde vrouw, zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
  2. ontbreken