afwezigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • af·we·zig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afwezigheid afwezigheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

afwezigheid v

  1. het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
Antoniemen
Vertalingen