Naar inhoud springen

misse

Uit WikiWoordenboek
  • mis·se
vervoeging van
missen

misse

  1. aanvoegende wijs van missen

misse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van mis


vervoeging van
mettre

misse

  1. eerste persoon enkelvoud aanvoegende wijs (subjonctif imparfait) van mettre


  • mis·se

misse

  1. modaal werkwoord moeten
  • onbepaalde wijs:
    • misse
  • tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm
    • erste persoon enkelvoud
      • ich mussl
    • tweede persoon enkelvoud
      • du muscht
    • derde persoon enkelvoud
      • er/sie/es muss
    • erste persoon meervoud
      • mir misse
    • tweede persoon meervoud
      • dhir misst
    • derde persoon meervoud
      • mir misse