ontbreken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·bre·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van breken met het voorvoegsel ont-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontbreken
ontbrak
ontbroken
klasse 4 volledig

Werkwoord

ontbreken

  1. (onovergankelijk) niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht wordt
    Er ontbrak een bestand op de harde schijf.
Vertalingen