mierenneuker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mie·ren·neu·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mierenneuker mierenneukers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mierenneuker m

  1. (informeel) muggenzifter, kommaneuker, kanarieneuker, palingneuker, pietjesneuker
    • Interessante uitspraak van de Hoge Raad vorige week: als een politieagent zich als een pietlut gedraagt, mag je hem of haar uitmaken voor mierenneuker, want dat is dan niet beledigend en geen scheldwoord.[2] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen