vrede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vre·de
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘toestand van rust’ voor het eerst aangetroffen in 815 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord vrede vredes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vrede v/m

  1. het ontbreken van oorlog
    • In grote delen van de wereld blijkt het keer op keer niet mogelijk de vrede te bewaren. 
  2. toestand van rust
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De vrede bewaren.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vrede -

Zelfstandig naamwoord

vrede

  1. vrede