junio

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Esperanto

  enkelvoud meervoud
nominatief   junio     junioj  
accusatief   junion     juniojn  

Zelfstandig naamwoord

junio

  1. juni


Maanden in het Esperanto
januaro
januari
februaro
februari
marto
maart
aprilo
april
majo
mei
junio
juni
julio
juli
aŭgusto
augustus
septembro
september
oktobro
oktober
novembro
november
decembro
december



Ido

Zelfstandig naamwoord

junio

  1. juni


Maanden in het Ido
januaro
januari
februaro
februari
marto
maart
aprilo
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septembro
september
oktobro
oktober
novembro
november
decembro
december



Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ju·nio
enkelvoud meervoud
junio junios

Zelfstandig naamwoord

junio m

  1. juni


Maanden in het Spaans
enero
januari
febrero
februari
marzo
maart
abril
april
mayo
mei
junio
juni
julio
juli
agosto
augustus
septiembre
september
octubre
oktober
noviembre
november
diciembre
december