toelaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toelaten
liet toe
toegelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

toelaten

  1. overgankelijk niet onmogelijk maken of verbieden, goedvinden, toestaan
    • Hij besloot het gebruik van een rekenmachine toe te laten. 
  2. overgankelijk toegang verschaffen
    • Hij werd niet tot het examen toegelaten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.