achterlaten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ach·ter·la·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
achterlaten
liet achter
achtergelaten
klasse 7 volledig

Werkwoord

achterlaten

  1. (overgankelijk) dumpen, weggaan van, verlaten, niet meenemen
    Nadat hij zijn vrouw had geslagen heeft zij hem achtergelaten in het brandende huis.
Typische woordcombinaties
  • [1]: een indruk achterlaten
Vertalingen