Naar inhoud springen

liegen

Uit WikiWoordenboek
  • lie·gen
  • In de betekenis van ‘onwaarheid spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
liegen
/'li.ɣə(n)/
loog
/lox/
gelogen
/ɣə.'lo.ɣə(n)/
klasse 2 volledig

liegen

  1. met opzet dingen vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd
     Erin zou haar gasten hebben overtuigd te komen door te liegen dat ze kanker had.[2]
     Ik zeg niet dat je erover moet liegen of dat je een leven moet leiden waar je je niet prettig bij voelt.[3]
  • Glashard liegen
Heel bewust liegen zonder er naar buiten toe blijk van te geven
  • Het liegt er niet om
Het is heel duidelijk
 In een tafelgesprek zei hij: "Ik verzet me tegen het idee dat het alleen maar een soort jeugdzonde was. Het is een jongen van 18, maar het liegt er niet om."[4] 
  • Liegen alsof/dat het gedrukt staat
Overduidelijk liegen
enkelvoud meervoud
naamwoord liegen -
verkleinwoord - -

liegen

  1. (kaartspel) een eenvoudig kaartspel
    • Bij liegen probeer je zo snel mogelijk alle kaarten kwijt te raken. 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. "liegen" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 7-7-2025 Weblink bron
    Meike Wijers
    “Australische schuldig bevonden in zaak veelbesproken paddenstoelenmoord.” (7-7-2025), NOS
  3. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  4. NOS 12-02-2018
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • lie·gen

liegen

  1. liggen