liegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lie·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
liegen
/'li.ɣə(n)/
loog
/lox/
gelogen
/ɣə.'lo.ɣə(n)/
klasse 2 volledig

Werkwoord

liegen

  1. met opzet dingen vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd
    Lieg niet en vertel me de waarheid!
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord liegen -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

liegen

  1. (kaartspel) een eenvoudig kaartspel
    Bij liegen probeer je zo snel mogelijk alle kaarten kwijt te raken.
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Duits

Werkwoord

liegen

  1. liggen