ljúga

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Oudnoords

Woordafbreking
  • ljú·ga
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ljúga


lýgr
lýg


enk: laug
enk: ló
mv: lugu


logit


Klasse 2 sterk volledig

Werkwoord

ljúga

  1. liegen