lie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Engels

enkelvoud meervoud
lie lies


vervoeging
onbepaalde wijs to  lie 
he/she/it  lies 
verleden tijd  lied 
voltooid
deelwoord
 lied 
onvoltooid
deelwoord
 lying 
gebiedende wijs  lie 


vervoeging
onbepaalde wijs to  lie 
he/she/it  lies 
verleden tijd  lay 
voltooid
deelwoord
 lain 
onvoltooid
deelwoord
 lying 
gebiedende wijs  lie 
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • (zelfstandig naamwoord) Afkomstig van het Oudengelse leoga.
  • (werkwoord 1) Afkomstig van het Oudengelse lēogan.
  • (werkwoord 2) Afkomstig van het Oudengelse licgan.

Zelfstandig naamwoord

lie

  1. leugen, onwaarheid

Werkwoord

lie

  1. liegen


Werkwoord

lie

  1. liggen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
liar

lie

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd (pretérito indefinido) van liar