leugen
Uiterlijk
- Geluid: leugen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈløɣə(n) / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈlʏːχən/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈløːɣən/
- leu·gen
- erfwoord via Middelnederlands lueghene / logene van Oudnederlands lugina, in de betekenis van ‘onwaarheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1] [2] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | leugen | leugens |
| verkleinwoord | leugentje | leugentjes |
- mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden
- De jongen verzon snel een leugen om onder straf uit te komen.
- Op maandag ging Trump nog een stapje verder. In zijn Air Force One noemde hij de Russische aanval ‘een vergissing’ en herhaalde hij nog maar eens de leugen dat de oorlog de schuld is van Joe Biden en Zelensky.[4]
- Trump verspreidde in het laatste jaar van zijn vorige presidentschap volgens Washington Post gemiddeld 39 leugens per dag en dat is bepaald niet minder geworden.[5]
- ▸ In de tussentijd schreef ik wraakgedichten over het Engelse weer en diste ik tegen mijn moeder de leugen op dat Londen het einde was.[6]
- de vader der leugenen
- een leugentje om bestwil
leugen met het excuus dat die minder schade oplevert dan het vertellen van de waarheid
- niet in zijn eerste leugen gestikt zijn
vaak liegen
- van leugens aaneenhangen
zeer bedrieglijk zijn; veel liegen
- van leugens aan elkaar hangen
zeer bedrieglijk zijn; veel liegen
1. mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden
- Het woord leugen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "leugen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ leugen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "leugen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ www.parool.nl (17 apr 2025)
- ↑ www.parool.nl (31 mei 2025)
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijbeltaal in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %