leugen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak


Woordafbreking
  • leu·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘onwaarheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord leugen leugens
verkleinwoord leugentje leugentjes

Zelfstandig naamwoord

leugen v/m

  1. een mededeling die niet waar is met de bedoeling om anderen te misleiden
    • De jongen verzon snel een leugen om onder straf uit te komen. 
Verwante begrippen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  1. van leugens aaneenhangen: altijd maar liegen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen