verzinsel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zin·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verzinsel verzinsels
verzinselen
verkleinwoord verzinseltje verzinseltjes

Zelfstandig naamwoord

verzinsel o

  1. het bedachte (denigrerend)
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.