leugenaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leu·ge·naar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leugenaar leugenaars
verkleinwoord leugenaartje leugenaartjes

Zelfstandig naamwoord

leugenaar m

  1. iemand die liegt
    De grootste leugenaar van deze eeuw is voorlopig nog altijd George W. Bush met zijn leugens over de zogenaamde massavernietigingswapens in Irak
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen