leugenachtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leu·gen·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leugenachtig leugenachtiger leugenachtigst
verbogen leugenachtige leugenachtigere leugenachtigste
partitief leugenachtigs leugenachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

leugenachtig

  1. (van persoon) geneigd om veel te liegen.
  2. leugens bevattend
    • Een leugenachtig antwoord. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.