nickel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Periodiek systeem der elementen (eng)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po
Fr **
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac U Np Pu Cf

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
nickel nickels

Zelfstandig naamwoord

nickel

  1. (element) nikkel
  2. (informeel) een muntstuk van 5 cent (VS)


Frans

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

nickel

  1. (spreektaal) prima, perfect
    «J'ai trouvé un local pour la soirée, c’est nickel
    Ik heb een ruimte gevonden voor het feest, echt perfect! [1]
  2. (spreektaal) schoon, pico bello
    «J’ai lavé ma mob, elle est nickel
    Ik heb mijn brommer gewassen, die is nu spik en span! [1]
  3. (spreektaal) eerlijk, betrouwbaar
    «Un mec trop nickel, c'est suspect.»
    Een te eerlijke kerel, da's verdacht. [1]

Verwijzingen