voorsprong

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·sprong
enkelvoud meervoud
naamwoord voorsprong voorsprongen
verkleinwoord voorsprongetje voorsprongetjes

Zelfstandig naamwoord

voorsprong m

  1. de mate waarin men verder gevorderd is dan anderen
    • Bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog had Duitsland een technische voorsprong op velerlei gebied. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.