langs

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Het voetpad loopt langs de rivier.
Uitspraak
Woordafbreking
  • langs

Voorzetsel

langs

  1. terzijde van, evenwijdig aan
    Het fietspad loopt langs het kanaal.
Anagrammen
Vertalingen
  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     langs  
 persoonlijk     erlangs  
aanwijz.   nabij     hierlangs  
  veraf     daarlangs  
  vragend/betrekk.     waarlangs  

Bijwoord

langs

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    langsglijden - hij gleed langs.
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Het pad ligt er voor een belangrijk deel langs.

Bijvoeglijk naamwoord

langs

  1. partitief van de stellende trap van lang


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • langs
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse woord "langes", dat de genetivvorm van "lang" is
Naar frequentie 2509

Voorzetsel

langs

  1. langs
  2. overlangs
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • langs
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nederduitse woord "langes", dat de genetivvorm van "lang" is.

Voorzetsel

langs

  1. langs
  2. overlangs
Afgeleide begrippen