voorlangs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·langs
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

voorlangs [1]

  1. voor iemand of iets gaand
    • Is het je weleens opgevallen dat er mensen zijn die de toiletrol voorlangs ophangen en mensen die dat achterlangs doen? 
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen