langskomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • langs·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
langskomen
kwam langs
langsgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

langskomen

  1. ergatief voorbijgaan
    • Sinds ik hier zit zijn er welgeteld drie auto's langsgekomen. 
  2. ergatief langsgaan, op bezoek komen
    • Jan kwam even langs en bracht ons wat aardbeien uit zijn tuin. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.