civetkatachtige
Uiterlijk

- (IPA in voorbereiding)
- ci·vet·kat·ach·ti·ge
- civetkatachtig bn met de uitgang -e
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | civetkatachtige | civetkatachtigen |
| verkleinwoord |
- (roofdieren) zoogdier uit de familie Viverridae
zoogdieren in de orde van roofdieren. Het is een kleine familie met kleine tot middelgrote carnivoren, zoals civetkatten, en genetkatten. Civetkatten zijn dieren met een gestreepte of gevlekte vacht, een lenig lichaam en een lange behaarde staart
- Afrikaanse civetkat, Afrikaanse linsang, beermarter, borneobandcivetkat, celebespalmroller, civetkatten, driestrepige palmroller, Ethiopische genet, genetkat, gewone bandcivetkat, grootvlekkige civetkat, hausagenet, Indische civetkat, loewak, malabarcivetkat, Maleise civetkat, miombogenet, ottercivetkat, owstonpalmroller, rassé, reuzengenet, roestgenet, sri-lankapalmroller, tijgergenet, watercivetkat, witsnorpalmroller, Zuid-Indiase palmroller
- Het woord 'civetkatachtige' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.