kapper

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kap·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kapper kappers
verkleinwoord kappertje kappertjes

Zelfstandig naamwoord

kapper m

  1. (beroep) iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt, haarkapper [1]
  2. iemand die kapt of hakt [2]
  3. gereedschap dat kapt of hakt
  4. (voeding) (plantkunde) Capparis spinosa op Wikispecies een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kappertjessaus etc. [3] [4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen