haarkapper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haar·kap·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haarkapper haarkappers
verkleinwoord haarkappertje haarkappertjes

Zelfstandig naamwoord

haarkapper m

  1. (beroep) iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be