Naar inhoud springen

kapsel

Uit WikiWoordenboek
  • kap·sel
enkelvoud meervoud
naamwoord kapsel kapsels
verkleinwoord kapseltje kapseltjes

hetkapselo

  1. de manier waarop het haar geknipt is
    • Zij was in haar nopjes met haar nieuwe kapsel. 
     Wanneer de prinses een nieuw model jurk draagt of zich een ander kapsel laat aanmeten, volgt iedere vrouw in de stad haar voorbeeld.[2]
     Als een verandering ook nog oncomfortabel wordt gevonden, is de weerstand nog groter, zegt Merkelbach. "Je moet een fietshelm aanschaffen, het doet iets met je kapsel, en niemand anders draagt hem. Dat vinden mensen onprettig: we willen niet de odd one out zijn."[3]
  2. omhulsel
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. "kapsel" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Danielle Teller (vert. Marja Borg)
    “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 april 2025 Weblink bron
    Noor de Kort
    “Nederlanders willen geen fietshelm, maar dat gaat misschien veranderen” (16 april 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be