kapitaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·taal
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse 'capitâlis' ofwel caput (hoofd) met het achtervoegsel -aal [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitaal kapitalen
verkleinwoord kapitaaltje kapitaaltjes

Zelfstandig naamwoord

kapitaal o

  1. groot bedrag
  2. rentegevend bezit, vermogen
  3. (economie) fonds, benodigd voor een onderneming of zaak
  4. (economie) de derde productiefactor naast natuur en arbeid, bestaande in de gezamenlijke productiemiddelen
  5. de bezitters van de productiemiddelen, de kapitalisten
  6. (economie) bedrag dat door de eigenaar(s) van een zaak is gestort
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitaal kapitalen
verkleinwoord kapitaaltje kapitaaltjes

Zelfstandig naamwoord

kapitaal v / m

  1. (typografie) hoofdletter, grote letter
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kapitaal kapitaler kapitaalst
verbogen kapitale kapitalere kapitaalste
partitief kapitaals kapitalers -

Bijvoeglijk naamwoord

kapitaal

  1. van de hoogste rang, van de grootste soort
  2. voortreffelijk, kostelijk
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl