fonds

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fonds
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse fonds of daarvoor van het Latijnse 'fundus'
enkelvoud meervoud
naamwoord fonds fondsen
verkleinwoord fondsje fondsjes

Zelfstandig naamwoord

fonds o

  1. een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal, ('potje')
  2. vereniging die dat kapitaal vergaart en beheert
    • bestuurslid van een kankerfonds heeft ruim zeshonderdduizend euro in eigen zak gestoken 
  3. effect (waardepapier) van een bepaalde uitgevende instelling b.v. een aandelenfonds, beleggingsfonds, indexfonds, obligatiefonds
    • fondsen worden meestal verhandeld via beurzen 
  4. uitgeversfonds (alle werken waarvan een uitgever het recht van uitgave bezit)
    • Als uitgever heb ik een succesvolle bijdrage geleverd aan het verhogen van de omzet voor het fonds 
  5. ziekenfonds
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie