kapitalist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitalist kapitalisten
verkleinwoord kapitalistje kapitalistjes

Zelfstandig naamwoord

kapitalist m

  1. (pejoratief) persoon die fanatiek met geld bezig is
  2. (politiek) (economie) (maatschappij) aanhanger van het kapitalisme
Verwante begrippen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse zelfstandige naamwoord kapital met het achtervoegsel -ist
Naar frequentie 51337
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kapitalist     kapitalisten     kapitalister     kapitalistene  
genitief   kapitalists     kapitalistens     kapitalisters     kapitalistenes  

Zelfstandig naamwoord

kapitalist, m

  1. (maatschappij) een rijke persoon, kapitalist
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske zelfstandige naamwoord kapital met het achtervoegsel -ist
Naar frequentie 51337
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kapitalist     kapitalisten     kapitalistar     kapitalistane  

Zelfstandig naamwoord

kapitalist, m

  1. (maatschappij) een rijke persoon, kapitalist
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen