kapitalist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kapitalist kapitalisten
verkleinwoord kapitalistje kapitalistjes

Zelfstandig naamwoord

kapitalist m

  1. (pejoratief) persoon die fanatiek met geld bezig is
  2. (economie) iemand die veel geld en productiemiddelen bezit
     Maar misschien zijn niet alle kapitalisten even fijngevoelig als jij en meneer Wallenberg.[1]
  3. (politiek) (economie) (maatschappij) aanhanger van het kapitalisme
Verwante begrippen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse zelfstandige naamwoord kapital met het achtervoegsel -ist
Naar frequentie 51337
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kapitalist     kapitalisten     kapitalister     kapitalistene  
genitief   kapitalists     kapitalistens     kapitalisters     kapitalistenes  

Zelfstandig naamwoord

kapitalist, m

  1. (maatschappij) een rijke persoon, kapitalist
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·pi·ta·list
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske zelfstandige naamwoord kapital met het achtervoegsel -ist
Naar frequentie 51337
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   kapitalist     kapitalisten     kapitalistar     kapitalistane  

Zelfstandig naamwoord

kapitalist, m

  1. (maatschappij) een rijke persoon, kapitalist
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen