kal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kal kals
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kal v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (grammatica) bepaalde stamvorm van werkwoorden
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kallen

kal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kallen
    • Ik kal. 
  2. gebiedende wijs van kallen
    • Kal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kallen
    • Kal je? 

Verwijzingen


Acholi

Zelfstandig naamwoord

kal (kál)

  1. (voeding), (plantkunde) gierst

Zelfstandig naamwoord

kal (kàl)

  1. omheinde ruimte, kraal


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • kal

Zelfstandig naamwoord

kal monbezield

  1. slib; afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes.
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Verwijzingen

Zelfstandig naamwoord

kal

  1. genitief meervoud van kala

Zelfstandig naamwoord

kal

  1. genitief meervoud van kalo

Werkwoord

kal

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord kalit