inkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inkomen
kwam in
ingekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

inkomen

  1. ergatief binnendringen in een afgesloten ruimte
    • De regen is via het plafond de kamer ingekomen. 
  2. zich verplaatsen in iemands gedachtengang
    • Ja, daar kan ik wel inkomen. 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord inkomen inkomens
verkleinwoord inkomentje inkomentjes

Zelfstandig naamwoord

inkomen o [1]

  1. (economie) regelmatig verkregen som geld (bijv. uit arbeid of vermogen)
    • Net nadat mijn inkomen was gestort heb ik een nieuwe computer gekocht. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen