basisinkomen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·in·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basisinkomen basisinkomens
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

basisinkomen o [1]

  1. (economie) uitkering die van staatswege wordt verstrekt, ook als men niet werkt
  2. (financieel) grondinkomen zonder toeslagen
    • Zwitsers stemmen massaal tegen basisinkomen voor elke burger [2] 


Meer informatie

Verwijzingen