honig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·nig
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord honig
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

honig m

  1. (imkerij) honing
    Iedereen denkt dat honig heel gezond is, maar het is natuurlijk vooral heel veel suiker.
Synoniemen
Gangbaarheid
62 % van de Nederlanders
56 % van de Vlamingen.

Meer informatie