halt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Halt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • halt

Tussenwerpsel

halt

  1. aansporing om te stoppen
    Halt! riep de politieagent.
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord halt -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

halt o

  1. een ~ toeroepen: tot stilstand brengen
    Is het nog mogelijk die beweging een halt toe te roepen?


Noors

Woordafbreking
  • hal·te
Naar frequentie 12003

Werkwoord

halt

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hale
Schrijfwijzen

halt

  1. verleden (voltooid) deelwoord van hale
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • hal·te

Werkwoord

halt

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hala
Schrijfwijzen

halt

  1. verleden (voltooid) deelwoord van hala
Schrijfwijzen

halt

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van hale
Schrijfwijzen

halt

  1. verleden (voltooid) deelwoord van hale
Schrijfwijzen


Zweeds

Uitspraak
Naar frequentie 3685

Bijvoeglijk naamwoord

halt

  1. onbepaald onzijdig enkelvoud van hal
    «På grund av släckningsarbetet är det väldigt halt på vägen.»
    Op grond van brandbestrijding is het erg glad op de weg.