Naar inhoud springen

nou

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nou
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

nou

  1. (spreektaal) op dit moment
    • Nou is het genoeg! 
     Wat een tegenvaller, nou moest ik nog twee uur op mijn burger wachten.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Tussenwerpsel

nou

  1. drukt verbazing of verontwaardiging uit
    • Nou moe! 
    • Nou breekt mijn klomp. 
    • Ik zou nou toch nog maar wel eens even goed nadenken! 
Uitdrukkingen en gezegden
  • nou ja
    kijk zo simpel is het! dat je dat niet wist! (uitdrukking van verbazing, met een ondertoon van verwijt)
 Nou ja... Op soortgelijke manier als 'kijk' gebruikt. Als antwoord op een vraag begint bevraagde met 'nou ja....' Dit wekt de suggestie dat het antwoord op de gestelde vraag voor bevraagde heel simpel is. Hij legt het alleen nog weer eens even uit aan de vrager, die het ook niet helpen kan dat hij het nog niet weet. Dat na dit nou ja... vervolgens een niet terzake doend antwoord volgt, lijkt voor bevraagde geen rol te spelen.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
stellend attributief vergrotend overtreffend
nou noue nouer nouste

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nauw


Catalaans

Telwoord (cat)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

nou

  1. negen

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw

Zelfstandig naamwoord

nou v

  1. (plantkunde) noot


Roemeens

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw