nou

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nou

Bijwoord

nou

  1. (colloq.) nu, op dit moment
    Nou is het genoeg!
Vertalingen

Tussenwerpsel

nou

  1. drukt verbazing of verontwaardiging uit
    Nou moe!
    Nou breekt mijn klomp.
  2. nou ja: kijk zo simpel is het! dat je dat niet wist!
    Nou ja... Op soortgelijke manier als 'kijk' gebruikt. Als antwoord op een vraag begint bevraagde met 'nou ja....' Dit wekt de suggestie dat het antwoord op de gestelde vraag voor bevraagde heel simpel is. Hij legt het alleen nog weer eens even uit aan de vrager, die het ook niet helpen kan dat hij het nog niet weet. Dat na dit nou ja... vervolgens een niet terzake doend antwoord volgt, lijkt voor bevraagde geen rol te spelen.[1]
Vertalingen


Verwijzingen
  1. NRC 20-01-2006 Ewoud Sanders

Afrikaans

stellend attributief vergrotend overtreffend
nou noue nouer nouste

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nauw


Catalaans

Telwoord (cat)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

nou

  1. negen

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw

Zelfstandig naamwoord

nou v

  1. (plantkunde) noot



Roemeens

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw