nou

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nou
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van tijd: op het ogenblik’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401 [1]

Bijwoord

nou

  1. (colloq.) nu, op dit moment
    • Nou is het genoeg! 
     Wat een tegenvaller, nou moest ik nog twee uur op mijn burger wachten.[2]
Vertalingen

Tussenwerpsel

nou

  1. drukt verbazing of verontwaardiging uit
    • Nou moe! 
    • Nou breekt mijn klomp. 
    • Ik zou nou toch nog maar wel eens even goed nadenken! 
  2. nou ja: kijk zo simpel is het! dat je dat niet wist!
    • Nou ja... Op soortgelijke manier als 'kijk' gebruikt. Als antwoord op een vraag begint bevraagde met 'nou ja....' Dit wekt de suggestie dat het antwoord op de gestelde vraag voor bevraagde heel simpel is. Hij legt het alleen nog weer eens even uit aan de vrager, die het ook niet helpen kan dat hij het nog niet weet. Dat na dit nou ja... vervolgens een niet terzake doend antwoord volgt, lijkt voor bevraagde geen rol te spelen.[3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "nou" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. NRC 20-01-2006 Ewoud Sanders
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak
stellend attributief vergrotend overtreffend
nou noue nouer nouste

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nauw


Catalaans

Telwoord (cat)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027

Hoofdtelwoord

nou

  1. negen

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw

Zelfstandig naamwoord

nou v

  1. (plantkunde) noot


Roemeens

Bijvoeglijk naamwoord

nou

  1. nieuw