halte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hal·te
enkelvoud meervoud
naamwoord halte halten, haltes
verkleinwoord haltetje haltetjes

Zelfstandig naamwoord

halte v

  1. een plaats waar gestopt wordt
    Na een korte halte gingen we verder met de reis.
  2. een plaats waar een bus stopt
    Omdat hij vlak naast een halte woont, gaat hij vaak met de bus.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie


Noors

Woordafbreking
  • hal·te
Naar frequentie 24287

Werkwoord

halte

  1. verleden tijd van hale
Schrijfwijzen


Nynorsk

Woordafbreking
  • hal·te

Werkwoord

halte

  1. verleden tijd van hala
Schrijfwijzen

Werkwoord

halte

  1. verleden tijd van hale
Schrijfwijzen