pr

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pr
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pr
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pr v/m

  1. (afkorting) (initiaalwoord) het bevorderen van het wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publiek
  2. in mindere mate: (afkorting) (initiaalwoord) postrekeningnummer
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[1]


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • pr

Partikel

pr

  1. ho; een uitroep die iets tot staan wil brengen, specifiek paarden
  2. hèhè; uitroep van bevrijding / opluchting
Schrijfwijzen
Synoniemen
  1. ou, (algemeen) stop / halt / stůj / stát / počkat / pozor
Antoniemen
  1. hyjé
  2. hr

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be