doorzichtig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·zich·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doorzichtig doorzichtiger doorzichtigst
verbogen doorzichtige doorzichtigere doorzichtigste
partitief doorzichtigs doorzichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

doorzichtig

  1. waar licht zo ongehinderd door kan treden dat het zicht erdoor niet belemmerd wordt
    • Glas zoals dat in ruiten gebruikt wordt is doorgaans volledig doorzichtig. 
  2. niet ingewikkeld, makkelijk te doorzien
    • Die politicus speelde een erg doorzichtig spel. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie