spotgoedkoop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spot·goed·koop
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen spotgoedkoop spotgoedkoper spotgoedkoopst
verbogen spotgoedkope spotgoedkopere spotgoedkoopste
partitief spotgoedkoops spotgoedkopers -

Bijvoeglijk naamwoord

spotgoedkoop

  1. (intensief) zeer goedkoop, vaak ook in de zin van te goedkoop
    • De spotgoedkope kleding ging snel kapot. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.