billig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits.
Naar frequentie 2543
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud billig billigere billigst
o enkelvoud billig
meervoud billige
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
billige billigere billigste

Bijvoeglijk naamwoord

billig

  1. betaalbaar, goedkoop, in prijs verlaagd, voordelig
  2. betamelijk, naar behoren
  3. afgezaagd, goedkoop, vulgair
Synoniemen
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: en billig seier
een goedkope overwinning
  • [3]: billige vitser
afgezaagde grappen
Opmerkingen

Bijwoord

billig

  1. goedkoop
  2. (figuurlijk) eenvoudig, gemakkelijg, handzaam, licht
Synoniemen
Antoniemen
Opmerkingen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bil·lig
stellend vergrotend overtreffend
billig
billigare
billigast

Bijvoeglijk naamwoord

billig

  1. goedkoop
    «Mjölken är billig den här veckan.»
    De melk is goedkoop deze week.
Antoniemen