Naar inhoud springen

aanbieding

Uit WikiWoordenboek
  • aan·bie·ding
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbieding aanbiedingen
verkleinwoord aanbiedinkje aanbiedinkjes

deaanbiedingv

  1. (handel) iets voordelig te koop aanbieden
    • De winkel stond vol met verschillende aanbiedingen om de klanten naar binnen te lokken. 
    • Als je iets gedurende een korte tijd kunt kopen voor een lagere prijs is het een aanbieding. 
     Over hoe ik ooit op mijn kop had gekregen omdat ik bij het boodschappen doen niet de aardbeienyoghurtdrink had gekozen die in de aanbieding was, maar die van het A-merk.[2]
  2. het aanbieden
    • Ik kan u geen betere aanbieding doen dan ik al gedaan heb. 
     Mijn eigen professor zoekt op internet naar de beste aanbiedingen.[3]
  3. uitnodiging voor een betrekking
     Een aanbieding voor een film of toneelstuk zou niet alleen een boost zijn voor mijn ego, maar ook voor mijn lege bankrekening.[4]
tijdelijk goedkoop
  • De voor "aanbieding" genoemde meervouds- en verkleinvormen worden ook gebezigd voor "aanbod" dat slechts in het enkelvoud voorkomt.
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]
  1. aanbieding op website: Etymologiebank.nl
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord aanbieding aanbiedinge
aanbiedings

aanbieding