flauw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • flauw
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen flauw flauwer flauwst
verbogen flauwe flauwere flauwste
partitief flauws flauwers -

Bijvoeglijk naamwoord

flauw

  1. zonder smaak, meestal door een gebrek aan zout
    • Deze flauwe hap kan wel wat zout gebruiken. 
  2. (figuurlijk) in overdrachtelijke zin smakeloos
    • Hij haalt soms de flauwste grappen uit. 
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1] Een flauw biertje.
  • [2] Een flauwe plezante.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen