pittig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pit·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van pit met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pittig pittiger pittigst
verbogen pittige pittigere pittigste
partitief pittigs pittigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pittig

  1. waar pit in zit, stevig, niet te onderschatten
    • Dit tentamen was pittig, maar wel te maken. 
  2. stevig en scherp van smaak
    • Belegen kaas is pittiger dan jonge. 
  3. hard, brutaal en niet zachtzinnig
    • De VVD voert een pittige campagne. Een Belgische reclameman helpt de liberalen. [1] 
  4. (van personen) die (verbaal of fysiek) zijn of haar mannetje staat, zich goed weet te verweren
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Gerard Vroegindeweij 21-1-2019Het knettert in de coalitie dankzij reclameman
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be