pittig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pit·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van pit met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pittig pittiger pittigst
verbogen pittige pittigere pittigste
partitief pittigs pittigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pittig

  1. waar pit in zit, stevig, niet te onderschatten
    • Dit tentamen was pittig, maar wel te maken. 
  2. stevig van smaak
    • Belegen kaas is pittiger dan jonge. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie