eierstok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·er·stok
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van ei en stok met het invoegsel -er-.
enkelvoud meervoud
naamwoord eierstok eierstokken
verkleinwoord eierstokje eierstokjes

Zelfstandig naamwoord

eierstok m

  1. (anatomie) het geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
    • In de eierstok zitten de eicellen opgeslagen. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord eierstok eierstokke

Zelfstandig naamwoord

eierstok

  1. (anatomie) eierstok