ovarium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ova·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ovarium ovaria
ovariums
verkleinwoord ovariummetje
ovariumpje
ovariummetjes
ovariumpjes

Zelfstandig naamwoord

ovarium o

  1. (anatomie) geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
    • In de ovarium zitten de eicellen opgeslagen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen