voorhof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

voorhof
Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·hof
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorhof voorhoven
verkleinwoord voorhofje voorhofjes

Zelfstandig naamwoord

voorhof o [2]

  1. al of niet overdekte entree van een (kerk)gebouw
    • De Blaauw, die verbonden is aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, houdt zijn voordracht over het atrium van de St. Pieter. Die laatantieke voorhof van de oude St. Pieter in Rome, die tot 1610 bewaard is gebleven, heeft archeologen en historici veel geleerd over eerdere beschavingen, aldus De Blaauw.[3] 
    • 'Mensen mogen dan kiezen of ze de kist in aanwezigheid van de genodigden zelf in de oven willen brengen of dat ze die achter willen laten in een voorhof.' [4] 
    • Ceremonieel programma: een schitterende feestrede van Tom Lanoye, de benoeming met laudatio van een vijftal ereleden, onder wie Wim T. Schippers, en de aanbieding van het jubileumboek aan Z.M., die de bijeenkomst met zijn aanwezigheid opluistert. Sinds de oprichting zijn de Oranjes de beschermheren en -vrouwen geweest. Natuurlijk moet iedereen ruim voor aankomst van de monarch binnen zijn. Er staat een aantal politiemensen op de voorhof, maar de als nauwgezet aangekondigde controle stelt weinig voor. De secretaresse van de Maatschappij staat aan de deur van het auditorium en kent iedereen. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen